BIJ HET GRAF VAN BISSCHOP BRYNJOLF.
Boek 9 - KAP. 108

Toen de heilige Birgitta op Maria-Lichtmis in de Kerk te Skara was, gebeurde het, dat zij den zoetsten en ongewoonsten geur gewaar werd. Toen zij zich hierover verwonderde, werd zij aanstonds in den geest vervoerd en zag zij de heilige maagd Maria en bij haar iemand van wonderbare schoonheid, in priesterlijk ornaat getooid. En toen zeide de maagd Maria tot haar : Gij moet weten, mijn dochter, dat deze bisschop mij vereerde gedurende zijn leven en zijn vereering door de daad bekrachtigde. Hoe Gode zijn leven behagelijk was, bewijst u de geur, dien gij gewaar werdt. Maar hoewel nu zijn ziel God aanschouwt, ligt toch zijn lichaam op onwaardige plaats in de aarde begraven. Aldus werd mijn dierbare echte parel voor de zwijnen geworpen.