CHRISTUS GEEFT HET SLOT TE VADSTENA ALS KLOOSTER.
Boek 9 - KAP. 25 LATIJNSCHE TEKST ; 30 ZWEEDSCHE TEKST.

Christus sprak tot Zijn bruid en zeide : Wat hebt gij vandaag in uw boek gelezen? Zij antwoordde : Ik las en verbaasde er mij over, waarom de muren van Jericho zoo jammerlijk ineen vielen door het trompetgeschal en de ark volgens uw bevel ronddreef. De Geest antwoordde : In die stad en door die stad is veel kwaad gedaan en er bevond zich niemand, die mij behaagde. Daarom verdiende zij geen genade en was niet waardig om mijn volk te huisvesten. Maar vr mijn volk, afgemat en vermoeid in de woestijn, het beloofde land bezitten zou, moest het eerst kennis verkrijgen door woorden, voorbeelden en wonderen. Het volk dat op wonderbaarlijke wijze door het water heengeleid was, moest ok wonderbare dingen op aarde zien. Door dergelijke wonderen zou hun hart zich sterker aan God hechten ; zij moesten leeren hopen op dingen, die grooter waren en er naar verlangen.

In deze stad, waar mijn vrienden nu geplaagd worden, had eens de duivel zijn zetel. Maar mijn moeder heeft die verkregen met drievoudig recht : door liefde, door gebeden en door de plaats in de toekomst te maken tot een oord van vrede en rust. Zij antwoordde : O, Heer, wees niet boos omdat ik spreek. Gij hebt gezegd dat ootmoed wonen zal in Uw huis, hoe kan het gebouw dan op deze plaats staan? De Geest antwoordde : Er waren enkele dingen in de slechte stad Jericho die voor mijn volk geschikt waren, maar die moesten eerst door het vuur gezuiverd worden, voor zij in bezit genomen konden worden.

En mijn volk moest het werk der heidenen doen. Daar dit huis gebouwd is met het zweet van arme menschen ter wille van den hoogmoed van rijke lieden, zullen mijn arme menschen er in wonen en al de dingen door overvloed en hoogmoed verzameld, slechts gebruikt worden tot ootmoed en nut. Maar men moet acht geven, dat, wat Gods macht toestond vor een zeker doel, geen slecht voorbeeld worde voor hoovaardige menschen.