DE VLINDER.
VIERDE BOEK, KAP. 112.

Jezus, Gods zoon, sprak tot zijn bruid: “Verontrust u niet over den hoogmoed van deze menschen, die spoedig een einde neemt.” Er is een soort vliegend insect, dat spoedig een einde neemt.” Er is een soort vliegend insect, dat vlinder genoemd wordt. Het heeft breede vleugels en een klein lichaam, ten tweede vele kleuren, ten derde vliegt het hoog in de lucht omdat het zoo licht is. Maar daar het weinig kracht heeft, valt het spoedig neer, op wat het dichtst nabij is, op een stok, of een stok, of een steen. Dit soort vliegend insect is als de hoogmoedigen, die breede vleugels hebben en een klein lichaam, want hun gemoed zwelt van hoogmoed, zooals een blaas door lucht opzwelt.

En zij gelooven dat alles wat zij bezitten het gevolg is van hun verdiensten en houden zich voor beter en waardiger dan anderen en zouden hun naam over heel de wereld verspreiden, indien zij konden. Maar daar hun leven kort is als een oogenblik, vallen zij, als zij het ’t minst verwachten. Ten tweede hebben de hoogmoedigen vele kleuren, evenals de kapel, want zij verhoovaardigen zich over de fraaiheid van hun ledematen en over hun goed en hun geslacht, en zij veranderen hun stand volgens al de grillen van den hoogmoed. Maar als zij sterven, zijn zij niet anders dan stof. Ten derde, als de hoovaardigen op de hoogste trap der hoovaardigheid gekomen zijn, vallen zij op een oogenblik op vreeselijke wijze dood.