KAPITTEL 3, ZWEEDSCHE TEKST.
VRAAG 5, LAT. TEKST.

De monnik verscheen als te voren zeggende: “O! Rechter, waarom hebt gij wormen geschapen, die schade aanbrengen en tot niets dienen?
Waarom hebt gij wilde dieren geschapen, die ook den mensch benadeelen?
Waarom zendt gij ziekte en pijn?
Waarom duldt gij en veroorlooft gij de boosheid en slechtheid van vele onrechtvaardige rechters, die hun onderdanen dwingen en plagen als gekochte slaven?
Waarom wordt ook lichaam van den mensch in het stervensuur geplaagd?”

De rechter antwoordde: “Ik, God en rechter, schiep hemel en aarde en al de dingen, die er in zijn, en niet zonder doel en niet zonder gelijkenis met geestelijke dingen. Want de zielen van heilige menschen gelijken de heilige engelen, die eeuwig leven en zalig zijn, en de zielen van onrechtvaardige menschen gelijken duivels, die tot den eeuwigen dood gedoemd zijn.

Omdat gij mij vraagt, waarom ik wormen schiep, antwoord ik u, dat ik die schiep om de groote macht te toonen van mijn goedheid en wijsheid. Want hoewel zij onheil kunnen stichten, doen zij dat toch niet zonder mijn toestemming en terwille der zonde, en opdat de mensch, die weigerde zich te onderwerpen aan mij, die de hoogste is, er over treuren zal dat de geringste dingen hem inheil kunnen brengen, en opdat hij wete, dat hij niets vermag zonder mij welken de onredelijke dieren dienen en gehoorzamen.

En waarom ik wilde dieren schiep, daarop antwoord ik, dat al de dingen, die ik schiep, niet alleen goed waren, maar ook bizonder goed en geschapen tot nut en beproeving voor den mensch, of tot nut van andere dingen, en opdat de mensch des te ootmoediger dienen zou mij, zijn God, naarmate hij heerlijker en gelukkiger is dan andere schepselen.
Toch veroorzaken dieren vaak schade om twee redenen: ten eerste tot leering en tot straf van slechte menschen, opdat zij uit de ongelukken begrijpen, dat zij mij gehoorzamen moeten, hun hoofd; ten tweede om de deugd en loutering van goede menschen te bevorderen. En omdat de mensch zondigde en opstond tegen mij, zijn God, daarom stonden tegen hem op al de dingen, die hem moesten dienen en onderdanig zijn. En het lichaam wordt door ziekte aangetast, opdat de mensch zich in acht zou nemen en geestelijke zelfbescheersching leere en geduld door de beteugeling zijner begeerten en niet toegeve aan overvloed en onmatigheid.

Onrechtvaardige rechters worden door mij geduld en verdragen tot loutering van andere menschen. Zooals het goud in het vuur gereinigd wordt, wordt de ziel gereinigd door de slechtheid van onrechtvaardige menschen en leert de mensch nalaten wat nagelaten moet worden. Zoo verdraag ik met geduld de slechtheid der menschen, opdat het kaf des duivels gescheiden zou worden van het koren der goede menschen, en hun lust verzadigd volgens mijn goddelijke rechtvaardigheid.

En het is rechtvaardig, dat het lichaam gekweld zal worden in het stervensuur, opdat de mensch gepijnigd worde voor zijn zonden. Omdat hij zondigde door ongeoorloofde begeerte, is het rechtvaardig, dat hij geplaagd wordt door geoorloofde kwelling en smart. Daarom beging voor sommigen op aarde de dood en is die in de hel zonder einde, en eindigt de dood voor anderen in het vagevuur, waarna de eeuwige vreugde voor hen begint.”