DE AFGODENDIENAARS BEKEEREN ZICH.
ZESDE BOEK, KAP. 78.

De bruid van Christus overnachtte eens in een huis, waar de duivel sprak en openlijk antwoord gaf en vele dingen voorspelde, hoewel de onreine geest in haar tegenwoordigheid zweeg. En toen hoorde zij in haar gebed een stem, die haar zeide, hoewel zij niemand zag: “Op deze plaats”, zeide de stem, “Zijn slechte daden begann door hen, die er vroeger woonden en ook door hen, die nu hier wonen, omdat zij afgoden dienen en eeren en alleen naar de kerk gaan voor het oog der wereld. En nooit hooren zij Gods woord, noch de preek. En daarom heerscht hier de duivel en heeft die de overmacht op deze plaats.

Daarom moet uw biechtvader allen, die in dit huis en in de buurt wonen, bij zich roepen en hun deze woorden zeggen: “Er is een God, die drievoudig is. Door Hem zijn alle dingen geschapen, en zonder Hem kan niets worden. Ook de duivel is Zijn schepsel; hij kan geen strootje voor uw voeten aanraken zonder Gods vergunning. Maar als gij de dingen en de wereld meer begeert en liefhebt dan God, dan gaat de duivel zich meester makten van uwe ziel en geeft u voorspoed in wereldsche zaken, tengevolge van Gods rechtvaardige vergunning.

Gelooft daarom aan God en verlaat de slangen, welken gij melk geeft, en geeft niet aan afgoden mijn tienden van uw vee en van uw zwijnen, geeft niet van uw brood noch van uw wijn, noch van anderen drank en niet van andere dingen, en zegt niet dat het toeval of het lot iets bestuurt of doet, maar gelooft, dat God het zoo gebeuren laat. En zegt niet, dat op het altaar niet anders geofferd wordt dan een stukje brood, maar gelooft met zekerheid dat het waarlijk Gods lichaam is, dat gekruisigd werd, en gelooft vast en zeker in de genademiddelen der Kerk, als doop en vormsel en het laatste oliesel en andere, dan zal de duivel ulieden ontvluchten.”
Toen riepen allen, zeggende: “Wij gelooven en beloven beterschap!” En dadelijk werd uit den oven, waar de duivel antwoord gaf, een stem gehoord, die zeide: “Ik blijf hier niet langer!”
En daarna werd de stem des duivels en het lawaai niet meer gehoord.