BIRGITTA BEMERKT EEN BEDORVEN LUCHT VOOR DE AANKOMST VAN IEMAND DIE IN DEN BAN IS GEDAAN.
ZESDE BOEK, KAP. 87.

Op zekeren dag, toen de bruid van Christus, de H. Birgitta, naast een bisschop zat en in de buurt van andere voorname mannen, kreeg zij een lucht van verrotte visch in den neus. Toen allen er zich over verbaasden, dat zij iets rook en anderen niet, kwam er iemand binnen, die in den ban was gedaan, maar er zich niet aan stoorde, want hij was een machtig man. Toen het gesprek geŽindigd was, zeide Christus tot Zijn bruid: ďDe lucht van verrotte visch is gevaarlijker voor het lichaam dan andere slechte geuren. Zoo is ook de ban te vergelijken met een geestelijke ziekte, die niet alleen dengeen aantast die in den ban gedaan is, maar ook hen die hem gehoorzamen, of met hem omgaan. Moge de bisschop er het zijne toe bijdragen dat dezulken gestraft worden, opdat meerderen niet door zijn omgang besmet en bedorven worden.Ē