DE SCHRIJVER VAN DE APOCALYPSIS.
ZESDE BOEK, KAP. 89.

Toen Meester Mattias de apocalypsis aan het ontcijferen was, smeekte hij de bruid van Christus, van God te weten te komen den tijd dat de antichrist verschijnen zou en ook of St. Johannes de apocalypsis geschreven had, daar sommigen hem tegenspraken. Toen zij daarop in gebeden verzonken was, zag zij iemand, die met olie besmeerd scheen en die straalde met een sterken glans, tot wien Christus zeide: “Zeg de waarheid, wie maakte en schreef de apocalypsis?” Hij antwoordde: “Ik ben Johannes, aan wien Gij aan het kruis Uw moeder hebt toevertrouwd. Gij, Heer, openbaardet en gaaft mij de woorden in van dat boek, en ik schreef die tot blijvende vreugde Uwer dienaars, opdat zij door komende ongelukken zich niet van het geloof zouden affwenden.”

En onze Heer zeide: “Zie dochter, ik zeg u, dat evenals Johannes door mijn geest over dingen schreef, die gebeuren zouden en door hem gezien werden, verstaat en schrijft Mattias, uw biechtvader, door mijn zelfden geestelijke waarheid in de heilige Schrift. Verwittig bovendien dezen uwen meester, dien ik tot meester maakte, dat er nu vele antichristen zijn. Maar hoe of wanneer de vervloekte antichrist zal komen, dat zal ik hem toonen door u.”