Over hoe een engel bidt voor de bruid en hoe Christus de engel vraagt wat het is dat hij vraagt voor de bruid en wat goed voor haar is.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 12

Een goede engel, de beschermer van de bruid, scheen tot Christus te bidden voor haar. De Heer antwoordde hem en zei: "Een persoon die wil bidden voor de ander, zou moeten bidden voor het heil van de ander. Je bent als een vuur dat nooit is geblust, onophoudelijk brandend met mijn liefde. Je ziet en weet alle dingen als je me ziet. Je wilt niets anders dan wat ik wil. Dus vertel me, wat is goed voor deze nieuwe bruid van mij?" Hij antwoordde: "Heer, u weet alle dingen." De Heer zei tegen hem: "Alle dingen, die gebeurd zijn en zullen gebeuren, bestaan eeuwig in mij.

Ik begrijp en weet alle dingen in de hemel en op aarde en er is geen verandering in mij. Maar, om ervoor te zorgen dat de bruid mijn wil herkent vertel mij wat goed voor haar is, terwijl ze nu luistert." En de engel zei: "Ze heeft een groot en eigenwijs hart. Daarom moet er een stokje voor gestoken worden om haar te temmen." Toen zei de Heer: "Wat is uw verzoek voor haar, mijn vriend?" De engel zei: "Heer, ik verzoek u haar genade te verlenen, samen met de staf." En de Heer zei: "Omwille van jouw goedwil, zal ik dat doen, omdat ik nooit rechtvaardigheid uitvoer zonder genade. Dit is de reden waarom de bruid me met heel haar hart moet liefhebben."