De woorden van de Schepper tot de bruid over de pracht van zijn kracht, wijsheid en deugd, en over de manier waarop degenen die nu zogezegd wijs zijn het meest zondigen tegen hem.
BOEK 1- HOOFDSTUK 19

Ik ben de Schepper van hemel en aarde. Ik heb drie eigenschappen. Ik ben de meest machtige, de wijste, en meest deugdzame. Ik ben zo machtig dat de engelen in de hemel me eren, en de demonen in de hel niet naar me durven kijken en alle elementen mijn bevel gehoorzamen. Ik ben zo wijs dat niemand erin slaagt mijn wijsheid te doorgronden. Mijn kennis is van dien aard dat ik alles weet wat er is gebeurd en wat nog zal gebeuren. Ik ben zo wijs dat niet het minste of geringste ding, of het nu een worm of een ander dier is, onafhankelijk van hoe lelijk het er ook uitziet, gemaakt is zonder reden. Ik ben zo deugdzaam dat al het goede van mij stroomt als van een goede bron en alle zoetheid van mij komt als van een goede wijnstok. Zonder mij, kan niemand macht hebben, kan niemand wijs zijn en niemand deugdzaam.

De machtige mannen van de wereld zondigen buitengewoon tegen mij.
Ik heb ze kracht en macht gegeven, zodat ze me kunnen eren, maar ze kennen de eer aan zichzelf toe, alsof ze het van zichzelf hebben. Ze denken niet na over hun eigen zwakheid. Als ik ze het geringste gebrek zou geven, zouden ze meteen breken en alles zou hun waarde voor hen verliezen. Hoe zullen zij dan bestand te zijn tegen mijn macht en de eeuwige straffen?

Maar degenen die nu zeggen wijs te zijn zondigen zelfs nog meer tegen mij. Want ik gaf ze het verstand, begrip en wijsheid zodat ze van me zouden houden, maar het enige wat ze begrijpen zijn hun eigen tijdelijke pleziertjes. Ze hebben de ogen op hun achterhoofd en kijken alleen naar hun eigen pleziertjes. Ze zijn blind zo blind, dat ze mij, die hen alles gaf, niet bedanken, omdat niemand, noch goed noch kwaad, niets kan ontvangen of begrijpen zonder mij, zelfs als ik de goddelozen toesta hun wens te vervullen in alles wat zij willen.

Bovendien kan niemand deugdzaam zijn zonder mij. Ik kan nu het vaak aangehaalde spreekwoord gebruiken: “Allen minachten de geduldige mens”. Vanwege mijn geduld denkt iedereen dat ik vreselijk dwaas ben en dat is waarom iedereen me veracht. Maar wee hen, na zoveel geduld zal mijn gerechtigheid doen gelden voor hen! Ze zullen als modder voor me zijn dat afdruipt tot in de diepte en niet stopt totdat het bij de laagste delen van de hel aankomt.