Een aangename dialoog van de Maagdelijke Moeder en de Zoon met elkaar en van de Maagdelijke Moeder en de Zoon met de bruid, en hoe de bruid zich moet voorbereiden op de bruiloft.
BOEK 1 – HOOFSTUK 20

De moeder bleek tegen de Zoon te zeggen: "Je bent de Koning der lof, mijn Zoon, je bent Heer over alle heren, je hebt de hemel en de aarde gemaakt en alles er zich in bevindt. Het gebeurt dan ook dat alles wat je wenst zal worden voldaan, het zal gebeuren! De zoon antwoordde: "Het is een oud spreekwoord dat zegt: “Jong geleerd, is oud gedaan.” Moeder, uit je jeugd heb je geleerd mijn wil te volgen en om je gehele wil aan mij toe te vertrouwen. Je zei terecht: “Moge uw wil geschiede!” Je bent als kostbaar goud voor me dat is neergelegd en geslagen op een hard aambeeld, omdat je meer dan alle anderen gepijnigd werd door alle mogelijke beproevingen en leed in mijn lijden. Toen mijn hart barstte door de hevigheid van mijn pijn aan het kruis, verwondde het je hart als scherp staal. Je zou het bereidwillig in tweeën hebben laten breken als dat mijn wil was geweest. Zelfs als je in staat was geweest om je tegen mijn lijden te verzetten en geëist had dat ik zou blijven leven, dan nog had je niet anders gewild dan wat ik wilde. Om die reden heb je er goed aan gedaan om te zeggen: “Moge Uw wil geschiede!”

Toen zei Maria tot de bruid: "Mijn Zoon´s bruid, houd van mijn Zoon, want hij houdt van jou. Eer zijn heiligen, die in zijn aanwezigheid zijn. Ze zijn als talloze sterren wiens licht en pracht met geen enkel tijdelijk licht vergeleken kunnen worden. Aangezien het licht van de wereld verschilt van de duisternis, maar nog veel meer verschilt het licht van de heiligen van het licht van deze wereld. Ik vertel je waarlijk dat als de heiligen duidelijk gezien werden, zoals ze werkelijk zijn, geen enkel menselijk oog het licht kon verdragen zonder dat zijn lichamelijk zicht ontnomen zou worden.”

Toen sprak de Zoon van de Maagd tot zijn bruid, zeggende: “Mijn bruid, je moet alle vier eigenschappen bezitten. Ten eerste moet je klaar zijn voor de bruiloft van mijn goddelijkheid waarin zich geen vleselijke verlangens bevinden, maar slechts zoet geestelijk plezier, het soort dat geschikt is voor God om te hebben met een zuivere ziel. Op deze manier, zou nog de liefde voor je kinderen, noch voor de tijdelijke zaken, noch voor je familie je weg moeten houden van mijn liefde. Laat je niet gebeuren wat gebeurde met die dwaze maagden die niet voorbereid waren toen de Heer hen opriep voor de bruiloft en daarom uitgesloten werden.

Ten tweede moet je in mijn woorden geloven. Daar ik de waarheid ben en niets anders dan de waarheid over mijn lippen komt en niemand iets anders dan waarheid kan vinden in mijn woorden. Soms bedoel ik wat ik zeg in spirituele zin en andere keren letterlijk, in welk geval mijn woorden begrepen moeten worden volgens hun naakte zin van het woord. Niemand kan mij dus beschuldigen van leugens.

Op de derde plaats moet je gehoorzaam zijn, zodat er er geen enkele ledemaat in je lichaam zal zijn waarmee je het verkeerde doet, en welke je niet onderwerpt aan waardige boetedoening en het juiste herstel.
Hoewel ik barmhartig ben, doe ik geen afstand van mijn rechtvaardigheid. Gehoorzaam daarom, degenen aan wie je verbonden bent, in nederigheid en met plezier, zodat je zelfs niet hetgeen je nuttig en redelijk lijkt doet als het tegen gehoorzaamheid indruist. Het is beter om afstand te doen van je eigen wensen uit gehoorzaamheid, zelfs als het doel ervan goed is, en de wil van je leider op te volgen, op voorwaarde dat deze niet tegen het heil van je ziel of ingaat of anderzijds irrationeel is.

Op de vierde plaats, moet je nederig zijn, omdat je verenigd wordt in een geestelijk huwelijk. Je moet daarom nederig en bescheiden zijn bij de aankomst van je bruidegom. Je dienares, ik bedoel hiermee je lichaam, moet sober en ingetogen zijn, je moet onthouding oefenen en goed gedisciplineerd zijn, want je zult de vrucht dragen van geestelijke nakomelingen voor het welzijn van velen. Op dezelfde manier als wanneer een loot aan een droge stam wordt geënt en de steel begint te bloeien, moet je vrucht en bloesem voortbrengen door mijn genade. En mijn genade zal je bedwelmen en het hele hemelse leger zal verheugd zijn vanwege de zoete wijn die ik je zal geven. Verlies geen vertrouwen in mijn goedheid. Ik verzeker je dat je net zoals Zacharias en Elizabeth in hun hart verblijd waren met een onbeschrijflijke vreugde over de belofte van een toekomstig kind, ook jij je zult verheugen over de genade die ik je wil geven en bovendien zullen andere zich verheugen door jou.

Het was een engel die sprak tot die twee, Zacharias en Elizabeth, maar Ik ben het, God en Schepper van de engelen en van jou, die tot jou spreekt. Die twee, die omwille van mij mijn geliefde vriend Johannes baarden. Door jou wil ik veel kinderen geboren doen worden, niet uit het vlees, maar uit de geest. Ik vertel je waarlijk, Johannes was als een vat vol van zoetheid en honing, daar er nooit iets onreins zijn mond binnendrong, noch heeft hij ooit meer genomen dan wat nodig was om verder te leven. Er is nooit zaad zijn lichaam uitgegaan, dat is de reden waarom hij een engel en een maagd genoemd kan worden.”