De liefdevolle woorden van de Heer tot de bruid over hoe het aantal valse Christenen vermenigvuldigd is tot aan het punt van het opnieuw kruisigen van Christus, over hoe hij de dood nogmaals zou accepteren omwille van de zondaars, als dit mogelijk was.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 30

Ik ben God. Ik heb alle dingen ten behoeve van de mens geschapen, zodat alle dingen hen van dienst kunnen zijn en hen onderrichten. Maar tot hun eigen verdoemenis misbruiken ze alle dingen die ik ten gunste van hen heb geschapen. Ze geven minder om God en houden minder van Hem dan de gecreëerde wereld. De Joden bereidden 3 soorten straffen voor in mijn lijden: ten eerste, het hout waaraan ik, na te zijn gegeseld en gekroond, werd vastgenageld; ten tweede, het ijzer waarmee ze mijn handen en voeten vastspijkerden; ten derde, het gal dat ze me te drinken gaven. Bovendien, maakten ze me uit voor een idioot omdat ik de dood vrijwillig onderging en ze noemden me een leugenaar vanwege mijn leer.

Het aantal van deze mensen in de wereld is inmiddels vermenigvuldigd en dat geeft mij weinig troost. Ze hangen me aan het hout door hun verlangen om te zondigen; gezien het feit niemand een enkel woord omwille van mij kan verdragen, geselen ze me door hun ongeduld en ze bekronen me met doorns van hun trots, want ze denken boven mij verheven te zijn. Ze nagelen mijn handen en voeten met het verharde ijzer, zoals ze zich verheugen in zonde en zichzelf zo verharden alsof ze geen vrees voor me moeten hebben. Zoals ze mij gal geven in mijn verdriet en ze me een leugenaar noemen en een idioot vanwege mijn lijden, dat ik met vreugde toetrad.

Ik ben machtig genoeg om hen en de hele wereld te verdrinken vanwege hun zonden. Als ik ze echter zou verdrinken, zouden degenen die mij dienen uit angst, blijven en dat zou oneerlijk zijn, want de mensen zouden me uit liefde moeten dienen. Als ik persoonlijk naar ze toekwam in zichtbare vorm, zouden hun ogen het niet kunnen verdragen om naar me te kijken of hun oren om mij te horen. Hoe kon een sterfelijk wezen een onsterfelijk wezen aanschouwen? Maar in feite zou ik graag weer helemaal willen sterven omwille van de mensheid, als dit mogelijk was.

Toen verscheen de Heilige Maagd Maria en de Zoon zei tegen haar: “Wat wens je, mijn Moeder, mijn uitverkorene?” En ze zei: “Heb medelijden met je creatie, mijn Zoon, omwille van mijn liefde!” Hij antwoordde: “Ik zal nogmaals barmhartig zijn omwille van jou.” Toen sprak de Heer tot zijn bruid, zeggend: “Ik ben jouw God, de Heer van de engelen. Ik ben Heer over leven en dood. Ik wil mezelf in je hart vestigen. Ik hou zoveel van je! De hemelen en de aarde en alles erin kunnen mij niet behelzen en toch wil ik me vestigen in jouw hart, dat niks anders is dan een brok vlees. Voor wie zou je nog bang zijn of wat zou je nog missen als je de almachtige God, in wie al het goede wordt gevonden, in je hebt?

Er dienen drie dingen in het hart te zijn waarin ik me vestig: een bed waar we kunnen rusten, een stoel waar we kunnen zitten en een lamp die ons licht geeft. Laat dus in jouw hart een bed zijn voor stilte en rust, waar je kunt rusten van de kwade gedachten en wensen van de wereld. Houd altijd de eeuwige vreugde in gedachten! De stoel dient het voornemen te zijn om bij me te blijven, zelfs als je er soms op uit moet gaan. Het gaat tegen de natuur in om altijd te staan. De persoon die altijd staat is degene die altijd het voornemen heeft om in de wereld te zijn en nooit bij mij komt zitten. Het licht of de lamp moet het vertrouwen zijn waardoor jij gelooft dat ik in staat ben om alles te doen en ik almachtig ben boven alle dingen.”