Over hoe de bruid, na Gods vermaning, armoede koos voor zichzelf en rijkdom en wellust afzwoer en over de waarheid van de dingen die aan haar zijn geopenbaard en over drie opmerkelijke dingen die Christus haar heeft laten zien.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 32

Je zou moeten worden als een persoon die alles achter zich laat en zijn als degene die verzamelt. Je laat rijkdom achter je en je verzamelt deugden, je maakt je los van het vergankelijke en verzamelt de eeuwige dingen, laat de zichtbare dingen los en verzamel het onzichtbare. In ruil voor het plezier van het lichaam, zal ik je opgetogenheid van je ziel geven; in ruil voor de vreugde van de wereld, zal ik je de vreugde van de hemel schenken; in ruil voor de wereldse eer, de eer van de engelen; in ruil voor de aanwezigheid van familie, de aanwezigheid van God; in ruil voor het bezit van goederen, geef ik je mezelf, de brenger en Schepper van alle dingen.

Beantwoord de drie vragen die ik je zal stellen. Ten eerste, wil je rijk of arm zijn in deze wereld? Ze antwoordde: “Heer, ik zou liever arm zijn, omdat rijkdom me geen goed doet, het baart me slechts zorgen en leid me af van u dienstbaar te zijn.” “Vertel me ten tweede, of je naar je geweten iets verwerpelijks of onwaar hebt gevonden in de woorden die je uit mijn mond hoorde?” En ze zei: “Zeker niet, het is allemaal aannemelijk.” “Vertel me ten derde of je de begeerte van het vlees zoals je die eerder had, je meer verheugt dan het het geestelijk genot dat je nu hebt?” En ze antwoordde: “Ik schaam me in mijn hart als ik denk aan mijn voormalige vleselijke lust. Ik zie het nu als vergif en des te bitterder, omdat ik er eerst zo naar wenste. Ik zou liever sterven dan er ooit naar terug te keren; het is niet te vergelijken met geestelijk genot.”

“Dus,” zei hij, “bewijs je jezelf dat alle dingen die ik je eerder heb verteld waar zijn. Waar ben je dan bang voor of waarom ben je bezorgd dat de dingen die ik je eerder heb verteld, uitgesteld worden te gebeuren? Denk aan de profeten, de apostelen en de heilige leraren van de kerk. Hebben zij iets anders in mij gevonden dan de waarheid? Dat is waarom ze niet om de wereld of haar lusten gaven. Of waarom voorspelden de profeten de toekomst zo ver van te voren, tenzij het was omdat God hen deze woorden eerst aan de wereld bekend wilde laten maken voordat ze bewerkstelligd werden, zodat de onwetenden geïnstrueerd zouden worden in het geloof?

Alle mysteries van mijn incarnatie werden op voorhand bekend gemaakt aan de profeten, zelfs de ster die de wijzen leidde. Ze geloofden in de woorden van de profeten en verdienden te zien waar ze in geloofden en zekerheid werd hen gegeven zodra ze de ster zagen. Op dezelfde manier dienen mijn woorden nu eerst aangekondigd te worden en later als zij uitgevoerd worden zullen zij worden geloofd door een groter bewijs.

Drie dingen heb ik je laten zien. Ten eerste, het geweten van een man wiens zonde ik je heb geopenbaard en met de duidelijke symptomen heb bewezen. Maar waarom zou ik hem niet persoonlijk vernietigen? Of hem in een ogenblik laten verdrinken in de diepten, als ik dat wilde? Natuurlijk kon ik dat. Echter tolereer ik hem nog omwille van het instrueren van anderen en in bewijs dat mijn woorden laten zien hoe waar en geduldig ik ben en hoe ongelukkig deze man is die de duivel domineert. De macht van de duivel over hem is toegenomen door zijn voornemen om in zonde te verblijven en door zijn genot erin, met het gevolg dat noch zachte woorden, noch harde bedreigingen, noch de angst van de hel hem kunnen herinneren. En terecht ook, want voor zover hij het voortdurende voornemen had om te zondigen, zelfs als hij het niet in de praktijk bracht, verdient hij het om overhandigd te worden aan de duivel tot in eeuwigheid. De geringste zonde is genoeg om iemand die zich erin verheugt en geen berouw toont te verdoemen.

Ik liet je twee anderen zien. De duivel kwelde het lichaam van een van hen, maar kwam niet tot in zijn ziel; hij overschaduwde de ander zijn geweten door misleiding en bedrog, maar was toch niet in zijn ziel en had geen macht over hem. Maar misschien vraag je je af: “Zijn het geweten en de ziel niet hetzelfde? Is hij niet in de ziel als hij in het geweten is?” Natuurlijk niet. Het lichaam heeft twee ogen om mee te zien, maar, zelfs als zij de kracht van hun zicht verliezen, kan het lichaam nog steeds gezond zijn. Zo is het ook met de ziel. Alhoewel het verstand en geweten soms verward en gekweld is, beschadigt het niet altijd de ziel. De duivel triomfeert dus over zijn geweten, maar niet over zijn ziel.

Ik zal je een derde man tonen wiens lichaam en geest volledig onderworpen zijn aan de duivel. Tenzij gedwongen door mijn macht en door een bijzondere genade, zal hij nooit van hem worden losgelaten of uit hem gaan. De duivel verlaat sommige mensen gemakkelijk en vrijwillig, maar uit anderen slechts met tegenzin en onder dwang. Want terwijl de duivel in sommige mensen treedt ofwel vanwege de zonde van hun ouders of als gevolg van een verborgen Goddelijk oordeel, zoals bijvoorbeeld in kinderen of onwetenden, treedt hij bij anderen binnen vanwege hun ongeloof of voor enkele andere zonden. De duivel verlaat de laatstgenoemde vrijwillig als hij wordt uitgedreven door mensen die samenzweringen kennen of de kunst van het uitdrijven van demonen en als zij het niet doen omwille van trots of enige tijdelijke winst, want de duivel heeft de macht om degene binnen te treden die hem heeft verdreven of weer in dezelfde persoon uit wie hij is verdreven binnen te dringen als er geen liefde voor God in een van hen is. Hij verlaat nooit het lichaam en de ziel van hen die compleet bezeten zijn, behalve dan door mijn macht.

Zoals azijn, indien gemengd met zoete wijn, alle zoetheid van de wijn verpest en nooit meer eruit gehaald kan worden, zo zal ook de duivel nooit uit de ziel gaan van iemand die hij in bezit heeft, behalve dan door mijn macht. Wat is deze wijn als niet de menselijke ziel die me dierbaarder is dan elk andere geschapen wezen en zo lieflijk voor mij, dat ik mijn pezen liet afsteken en mijn lichaam tot op het bot heb verwond omwille van hem? Liever dan het te verliezen, accepteerde ik zelfs mijn dood ervoor. Deze wijn werd bewaard in bezinksel, aangezien ik de ziel in een lichaam plaatste waar het voor mijn vreugde in een gesloten vat werd bewaard. De slechtste azijn werd echter vermengd met deze zoete wijn – ik verwijs naar de duivel, wiens kwaadaardigheid zuurder en weerzinwekkender is dan elk azijn. Door mijn macht zal deze azijn verwijderd worden van de persoon wiens naam ik je zal vertellen, zodat ik mijn rechtvaardigheid en wijsheid door hem kan openbaren, maar mijn oordeel en rechtvaardigheid door de vorige man.

VERKLARING
De eerste man was een beroemde en trotse voorzanger die naar Jerusalem ging zonder de toestemming van de paus en door de duivel in beslag werd genomen. Er staat ook iets over deze bezetene in het derde book, hoofdstuk 31 en in het vierde boek, hoofdstuk 115. De tweede bezetene in hetzelfde hoofdstuk was een Cisterciënzer monnik. De duivel kwelde hem zoveel dat vier mannen hem nauwelijks vast konden houden. Zijn langwerpige tong leek op die van een koe. De boeien aan zijn hand waren onzichtbaar in stukken gebroken.

Deze man werd gered door de woorden van de Heilige Geest door de Heilige Birgitta na een maand en twee dagen. De derde bezetenene was een deurwaarder uit Östergötland. Toen hij aangemaand werd tot boetedoening, zei hij tegen degene die hem aanmaande: “Kan de eigenaar van het huis niet zitten waar hij maar wil? De duivel heeft mijn hart en tong. Hoe kan ik boete doen?” Toen hij de heiligen van God beledigde stierf hij diezelfde nacht, zonder de sacramenten en de biecht.