De aansporingen van de Heer tot de bruid met betrekking tot echte en valse wijsheid, en over hoe de goede engelen de goede wijzen assisteren, terwijl de duivels de slechte wijzen assisteren.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 33

Sommige van mijn vrienden zijn net als geleerden met drie kenmerken: ten eerste, een onderscheidende intelligentie boven wat natuurlijk is voor de hersenen; ten tweede, wijsheid zonder menselijke hulp, omdat ik ze zelf in hun innerlijk leer en ten derde zijn ze vol van de zachtaardige en goddelijke liefde waarmee ze de duivel verslaan. Maar tegenwoordig studeren mensen op tegenovergestelde wijze. Ten eerste zoeken ze kennis uit arrogantie om goede geleerden genoemd te worden. Ten tweede zijn zij op zoek naar kennis om zo rijkdom te vergaren. Ten derde zoeken ze kennis om eer en privileges voor zich te winnen. Zodoende zal ik ze verlaten, wanneer zij naar hun scholen gaan en er binnentreden, omdat ze studeren vanwege trots, terwijl ik ze nederigheid leerde.

Ze gaan er binnen uit hebzucht, maar er was niet eens een plek waar ik mijn hoofd kon neerleggen om te rusten. Ze gaan er binnen om priviliges voor zich te winnen, afgunstig op anderen die hogerop komen dan zijzelf, terwijl ik door Pilatus werd veroordeeld en bespot door Herodes. Daarom verlaat ik ze, want ze bestuderen niet mijn leringen. Omdat ik echter goed en mild ben geef ik eenieder waar hij om vraagt. Hij die om brood vraagt zal het krijgen, maar hij die om stro vraagt zal stro worden gegeven. Mijn vrienden vragen om brood, want zij zoeken en bestuderen de goddelijke wijsheid waar mijn liefde in gevonden wordt. Anderen vragen echter om stro, daarmee bedoel ik de wereldse wijsheid. Net zoals stro nutteloos is, maar alleen als voedsel dient voor irrationele dieren die rondgrazen, zo is ook de wereldse wijsheid die zij zoeken zinloos en is er geen voeding voor de ziel. Er is niets anders dan een kleine reputatie en zinloos werk, want als een mens sterft wordt al zijn wijsheid uit het bestaan gewist en zij die haar gewoonlijk prezen kunnen haar niet langer zien.

Ik ben als een groot man met veel dienaars, die namens hun Heer, aan de mensen uitdelen wat ze nodig hebben. Op deze manier vallen de goede en boze engelen onder mijn bevoegdheid. Op deze manier worden de mensen die mijn wijsheid bestuderen, ik bedoel hiermee degenen die mij van dienst zijn, bijgestaan door de goede engelen, hen voedend met troost en plezierig werk. De boze engelen helpen de wereldse wijzen. Zij geven hun in wat zij willen en vormen hen naar hun wil, prenten slechte ideeën in met veel zinloos werk. Toch, als zij hun ogen op mij zouden richten, kon ik ze brood geven waar ze niet voor hoefden te werken en genoeg van de wereld om tevreden te zijn. Maar ze krijgen nooit genoeg van de wereld, omdat ze zoet in zuur veranderen voor zichzelf.

Maar jij, mijn bruid, dient als kaas te worden en je lichaam als de gietvorm waarin de kaas wordt gegoten tot het de vorm heeft van de gietvorm. Op deze manier moet de ziel, die heerlijk en van goede smaak is zoals kaas voor me is, lang genoeg beproefd en gezuiverd worden in het lichaam, zodat lichaam en ziel eendracht bereiken en beiden dezelfde vorm van zelfbeheersing behouden, zodat het vlees de geest gehoorzaamt en de geest het vlees naar elke deugd leidt.