Het antwoord van de Heer aan een engel die aan het bidden was dat beproevingen aan de bruid toegekend mochten worden en over hoe grotere beproevingen zijn gegeven aan de perfectere zielen.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 36

De Heer zei tegen een engel die zat te bidden voor zijn bruid: “Je bent als een ridder van de Heer die zijn helm nooit afzet uit vermoeidheid en die nooit uit angst zijn ogen van de strijd afhoudt. Je bent zo standvastig als een berg, je brandt als een vlam. Je bent zo schoon dat er geen vlek in je is. Je smeekt me om genade voor mijn bruid. Ook al weet en zie je alle dingen in mij. Vertel me toch eens, terwijl ze luistert, wat voor soort genade vraag je voor haar? Genade is immers drieledig.

Er is de genade waardoor het lichaam wordt gekweld en de ziel gespaard, zoals in het geval van mijn dienaar Job, wiens vlees onderworpen werd aan allerlei soorten pijn, maar wiens ziel werd gered. De tweede soort genade is die waarin lichaam en ziel worden gespaard van straf, zoals in het geval van de koning die in allerlei soorten lust leefde en geen pijn had in lichaam en ziel terwijl hij in de wereld was. De derde vorm van genade is die waarbij lichaam en ziel worden bestraft met het gevolg dat ze zowel pijn in hun lichaam als in hun hart ervaren, zoals in het geval van Peter en Paul en andere heiligen.

Er zijn drie toestanden voor de mens in de wereld.
De eerste toestand is die van degenen die in zonde vallen en weer opstaan. Soms sta ik deze mensen toe om pijn in hun lichamen te ervaren opdat ze worden gered.
De tweede toestand is die van degenen die voor eeuwig willen leven, zodat ze voor eeuwig kunnen zondigen. Al hun wensen zijn gericht op die van de wereld. Als ze iets voor me doen van tijd tot tijd, doen ze dat in de hoop op hun welvarende vergankelijke winst. Noch straf van het lichaam, noch erg veel pijn van het hart wordt gegeven aan deze mensen. In plaats daarvan mogen zij hun eigen macht en verlangen volgen, want zij zullen hun beloning hieronder ontvangen voor het allerminste goede dat ze voor me hebben gedaan, aangezien ze voor eeuwig gestraft zullen worden, omdat hun wens om te zondigen voor eeuwig is.
De derde toestand is die van degenen die angstiger zijn om tegen me te zondigen en me te beledigen dan dat zij voor welke straf dan ook zijn. Ze zouden liever tot in eeuwigheid gekweld worden met ondraagbare straffen, dan mij bewust tot boosheid te provoceren. Pijn in lichaam en ziel is gegeven aan deze mensen, zoals in het geval van Peter en Paul en andere heiligen, opdat ze hun overtredingen in deze wereld kunnen rechtzetten; of anders worden ze voor een tijd bestraft omwille van grotere heerlijkheid of als een voorbeeld voor anderen. Ik heb deze drievoudige barmhartigheid aan drie personen in dit koninkrijk laten zien wiens namen jou bekend zijn.

Nu dan, mijn engel en mijn dienaar, wat voor soort genade vraag je voor mijn bruid?” En hij zei: “Genade van lichaam en ziel, zodat ze haar overtredingen in deze wereld recht kan zetten en zodat geen van haar zonden onder uw oordeel komt.” De Heer antwoordde: “Laat het gebeuren volgens jouw wil.” Toen sprak hij tot de bruid: “Je bent de mijne en ik zal doen zoals ik wil. Hou van niets zoveel als van mij. Louter jezelf voortdurend van zonde, te allen tijde, volgens het advies van degenen aan wie ik je heb toevertrouwd. Verberg geen zonden. Laat niks ongecontroleerd gaan. Denk niet dat enige zonde licht of verwaarloosd is. Ik zal je aan alles wat je veronachtzaamt herinneren en erover oordelen. Geen van je zonden zal onder mijn oordeel komen als je ervoor hebt geboet in dit leven door middel van boetedoening. De zonden waarvoor geen boetedoening is gedaan zullen worden gelouterd danwel in het vagevuur, danwel door middel van een of ander geheim besluit van mij, als tevredenheid nog niet gemaakt is voor hen hier op aarde.”