Het antwoord van de Moeder en de engelen, de profeten, de apostelen, en de duivels aan God, in aanwezigheid van de bruid, getuigend van zijn grootheid in de schepping, incarnatie, aflossing, enzovoort, en over hoe mensen al deze dingen nu tegenspreken, en over zijn strenge oordeel over hen.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 45

De moeder zei: “Bruid van mijn zoon, kleed je aan en houdt stand, want mijn Zoon komt naar je toe. Zijn vlees werd ingedrukt als in een wijnpers. Daar de mensheid in iedere ledemaat heeft gezondigd, heeft mijn Zoon in elk van zijn ledematen geboet. Het haar van mijn Zoon werd uitgetrokken, zijn pezen opengesperd, zijn gewrichten werden uit hun holtes ontwricht, zijn botten gekneusd, zijn handen en voeten doorboord. Zijn geest was onrustig, zijn hart getroffen door verdriet, zijn maag werd meegezogen in de richting van zijn rug. Dit alles omdat de mensheid in elke ledemaat had gezondigd.”

Toen sprak de Zoon, terwijl het hemelse leger erbij stond, en hij zei: “Ook al weet jullie alle dingen in mij, spreek ik toch, omdat mijn bruid hier staat. Engelen, ik vraag jullie: Vertel me, wat is het dat zonder begin was en zonder einde zal zijn? En wat is het dat alle dingen heeft geschapen en door niemand is gemaakt? Vertel, geef jullie getuigenis!” Als met één stem antwoordden de engelen, zeggend: “Heer, u bent het. We brengen onze getuigenis over drie dingen: Ten eerste, dat u de Schepper van ons en alle dingen in de hemel en op aarde bent. Ten tweede, dat u zonder begin en einde bent en zal zijn, uw koninkrijk zonder einde, uw eeuwige macht. Zonder u was er niks gemaakt en zonder u zal er niks komen. Ten derde, getuigen wij dat we zowel alle gerechtigheid in u zien als alle dingen die zijn geweest en zullen zijn. Alle dingen zijn in u aanwezig, zonder begin of einde.”

Toen zei hij tegen de profeten en aartsvaders: “Ik vraag jullie: Wie heeft jullie uit de slavernij naar de vrijheid geleid? Wie heeft de wateren voor u gesplitst? Wie heeft jullie de Wet gegeven? Profeten, wie gaf jullie de inspiratie om te spreken?” Ze antwoordden hem: “U, Heer. U heeft ons uit de slavernij geleid. U gaf ons de Wet. U bewoog onze geest tot spreken.

Toen zij hei tegen zijn Moeder: “Geef ware getuigenis van wat je van mij weet!” Ze antwoordde: “Voordat de engel die je stuurde naar me kwam, was ik alleen in lichaam en ziel. Toen de engel had gesproken, was uw lichaam in mij in zijn goddelijke en menselijke natuur en ik voelde je lichaam in mijn lichaam. Ik droeg je zonder pijn. Ik ben bevallen zonder angst. Ik heb je in zwachtels gewikkeld en ik heb je gevoed met mijn melk. Ik was bij je vanaf je geboorte tot je dood.”

Toen zei de Heer tegen de apostelen: “Zeg, wie was het die jullie zagen, hoorden en voelden?” Ze antwoordden hem: “We hoorden uw woorden en schreven ze op. We hoorden uw wonderlijke woorden toen u ons het Nieuwe Testament gaf, toen u met een woord de demonen beval en ze weggingen, toen u met een woord de doden liet opstaan en de zieken genas. We zagen u in een menselijk lichaam. We zagen uw wonderen in de goddelijke glorie van uw menselijke natuur. We zagen u overgeleverd worden aan uw vijanden en aan het kruis opgehangen worden. We zagen u meest bitter lijden en daarna begraven worden in een graf. We namen u waar met onze zintuigen toen u weer opstond. We raakten uw haar en uw gezicht aan. We raakten uw ledematen en de plaats van uw wonden aan. U at met ons en deelde uw gesprek met ons. U bent waarlijk de Zoon van God en de Zoon van de Maagd. We hebben het ook met onze zintuigen waargenomen toen u in uw menselijke natuur bent opgestegen tot de rechterhand van de Vader waar u zonder einde bent.”

Toen zij God tegen de onreine geesten: “Ook al verbergen jullie de waarheid in jullie geweten, beveel ik jullie desalniettemin om te vertellen wie het was die jullie macht verminderde.” Zij antwoordden hem: “Zoals dieven die niet de waarheid vertellen, tenzij hun voeten in hard hout worden vastgezet, spreken wij niet de waarheid, tenzij gedwongen door uw goddelijke en overweldigende macht. U bent degene die in uw macht naar de hel is afgedaald. U verminderde onze macht in de wereld. U nam uit de hel wat terecht van u was.”

Toen zei de Heer: “Zie, allen die een geest hebben en niet in een lichaam zijn gehuld vertellen hun getuigenis van de waarheid over mij. Maar zij die een lichaam en geest hebben, namelijk menselijke wezens, spreken mij tegen. Sommigen weten de waarheid maar geven er niks om.
Anderen weten het niet en dat is waarom ze er niks om geven, maar zeggen dat het allemaal onzin is.”

Hij zei tegen de engelen: “Ze zeggen dat jullie getuigenis vals is, dat ik niet de Schepper ben en dat niet alle dingen in mij bekend zijn. Daarom hebben zij geschapen dingen meer lief dan mij.”
Hij zei tegen de profeten: “Ze spreken jullie tegen en zeggen dat de Wet zinloos is, dat jullie vrijheid hebben verworven door jullie eigen moed en vaardigheid, dat de geest vals was en dat jullie uit eigen initiatief spraken.”
Hij zei tegen zijn Moeder: “Sommigen zeggen dat je geen maagd was, anderen dat ik geen lichaam uit je heb genomen, anderen weten de waarheid maar geven er niks om.”
Hij zei tegen de apostelen: “Ze spreken jullie tegen, omdat ze zeggen dat jullie leugenaars zijn, dat het Nieuwe Testament nutteloos en irrationeel is. Er zijn anderen die geloven dat het waar is, maar ze geven er niks om. Nu dan, vraag ik jullie: Wie zal hun rechter zijn?” Ze antwoordden hem allen: “U, God, die bent zonder begin en zonder einde. U, Jezus Christus, bent hun rechter.” De Heer antwoordde: “Ik was hun aanklager en ben nu hun rechter. Echter, ook al weet en kan ik alle dingen doen, geef me toch jullie oordeel over hen!”

Ze antwoordden hem: “Net zoals de hele wereld verging door de overstromingen aan het begin van de wereld, zo ook verdient de wereld het nu om te vergaan in vuur, omdat ongerechtigheid en onrechtvaardigheid nu meer in overvloed zijn dan toen.” De Heer antwoordde: “Omdat ik rechtvaardig en barmhartig ben en geen oordeel uitbreng zonder genade, noch genade zonder oordeel, zal ik eenmaal meer mijn genade naar de wereld zenden omwille van de gebeden van mijn Moeder en mijn heiligen. Als zij niet willen luisteren, zal er een rechtvaardiging volgen die zoveel strenger zal zijn.