De woorden van de Koningin van de Hemel tot haar geliefde dochter over de prachtige liefde de Zoon had voor zijn Maagd Maria, en over hoe de Moeder van Christus werd verwekt in een kuis huwelijk en geheiligd in de baarmoeder, en over hoe haar lichaam en ziel was opgenomen in de hemel, en over de kracht van haar naam, en over de engelen toegewezen aan de mens voor goed of kwaad.
BOEK 1 – HOOFDSTUK 9

Ik ben de Koningin van de Hemel. Ik hou van mijn Zoon, want hij is het meest waardig.; Als je hem hebt, heb je alles wat van waarde is. En hij is het meest wenselijk; als je hem hebt, heb je alles wat wenselijk is.
Hou ook van hem, omdat hij het meest deugdzaam is; als je hem hebt, beschik je over alle deugden. Laat me je vertellen hoe prachtig zijn liefde voor mijn lichaam en ziel was en hoe veel eer hij heeft gegeven aan mijn naam. Hij, mijn eigen Zoon, hield van me voordat ik van hem hield, sinds hij mijn Schepper is. Hij verenigde mijn vader en moeder in zulk een kuis huwelijk dat er geen kuiser paar te vinden was. Ze hebben nooit gewenst om samen te komen, tenzij in overeenstemming met de Wet, alleen omwille van de voortplanting. Toen een engel hen aankondigde dat ze geboorte zouden geven aan de Maagd uit wie de verlossing der wereld zou komen, zouden ze nog liever gestorven zijn dan samen te komen in wellustige liefde.

Maar, ik verzeker je, uit goddelijke naastenliefde en vanwege de boodschap van de engel kwamen zij samen in het vlees, niet uit begeerte maar tegen hun wil en uit liefde voor God. Op deze manier is mijn lichaam door goddelijke liefde uit hun zaad voortgebracht. Toen mijn lichaam was gevormd, zond God vanuit zijn goddelijkheid de geschapen ziel erin; de ziel was onmiddelijk samen met het lichaam geheiligd en de engelen hebben elke dag en nacht over haar gewaakt en haar verzorgd. Mijn moeder was zo vervuld van blijdschap dat het niet in woorden uit te drukken is. Naderhand, toen de duur van mijn leven voorbij was, heeft hij eerst mijn ziel, zijnde de meesteres van het lichaam, verheven naar een nog meer prominente plek dan anderen, naast de glorie van zijn goddelijkheid, en daarna mijn lichaam, zodat geen ander geschapen lichaam zo dicht bij God was als het mijne.

Zie hoeveel mijn Zoon van mijn lichaam en ziel hield. Er zijn echter een aantal mensen, van kwaadaardige geest, die ontkennen dat ik in lichaam en ziel was vooropgesteld en sommigen weten gewoon niet beter. Maar de waarheid ervan is zeker: Ik ben opgenomen in Gods glorie in lichaam en ziel. Hoor hoeveel hij mijn naam heeft geëerd. Mijn naam is, zoals het Evangelie vertelt, Maria. Als de engelen deze naam horen, verheugen zij in hun begrip en danken God omdat hij zulk een grote genade door mij en met mij heeft bewerkstelligd en omdat zij de menselijkheid van mijn Zoon verheerlijkt zien in zijn goddelijkheid. De zielen in het vagevuur genieten bovenmatelijk, net als een zieke man doet wanneer hij in bed ligt en een troostend woord hoort van anderen en het zijn hart behaagt en hem plosteling blij maakt.

Bij het geluid van mijn naam, komen de goede engelen meteen dichter bij de zielen aan wie zij zijn gegeven als beschermers en verheugen zich over hun vooruitgang. Goede engelen zijn aan iedereen gegeven als bescherming en boze engelen als test. Het is niet dat engelen ooit gescheiden van God zijn, maar beter, dat zij de zielen helpen zonder God te verlaten en gestaag in zijn aanwezigheid blijven terwijl zij de ziel laten opvlammen en aanzetten om goed te doen.
De demonen vrezen en hebben angst voor deze naam. Bij het geluid van de naam van Maria, laten zij de ziel onmiddelijk uit hun klauwen los. Zoals een vogel met zijn klauwen en bek zijn prooi zo snel als hij een geluid hoort loslaat, maar direct terugkomt als hij ziet dat er naderhand niks is gebeurd, laten de demonen de ziel ook los, bevreesd door het geluid van mijn naam, maar vliegen zij pijlsnel terug, als er geen verbetering is aangebracht.

Niemand is zo koud in de liefde van God - tenzij hij een van de verdoemden is - dat de duivel zich niet onmiddellijk terugtrekt van hem als hij zich beroept op mijn naam met de bedoeling nooit terug te keren tot zijn slechte gewoontes, en de duivel blijft weg, tenzij hij zijn voornemen hervat om een doodzonde te begaan. Echter, soms is het de duivel toegestaan om hem problemen te bezorgen omwille van zijn grotere beloning, maar nooit om bezit van hem te nemen.